Na het VWO heb ik een aantal jaren aan de universiteit vertaalkunde gestudeerd in Amsterdam en Antwerpen. Ik heb de studie niet officieel afgemaakt, en heb er toen verder niks mee gedaan (hoewel ik mijn kennis intussen wel weer gebruik, in het redigeren van vertalingen voor een aantal boeken van Kristin Neff & Chris Germer). Ik heb nog steeds liefde voor woorden. Taal blijft me boeien.
Sta eens stil bij de volgende vragen:
Heb je weleens iets gebroken of een andere fysieke kwetsuur gehad? Is dat geheeld?
Ben je wel eens gekwetst door woorden? En is dat geheeld?
In beide gevallen kan het deels of geheel inderdaad beter zijn. Maar soms kan een litteken nog pijn doen, lichamelijk maar ook mentaal/gevoelsmatig. Misschien heeft iemand ooit eens iets gezegd wat bij je bleef hangen. En wat nog altijd zeer doet als het terugkomt. Misschien wordt het getriggerd door een bepaalde situatie…. Maar gelukkig zijn we niet hulpeloos en is er een keuze! We kunnen er zeker iets aan doen.
In mijn huidige vakgebied, mindfulness, komt die aandacht voor woorden daarom weer heel erg naar voren. Met name in de mindful zelfcompassietraining en in ACT (Acceptance and Commitment Therapy).
Want als we het hebben over woorden, hebben we het ook over zelfspraak, woorden die in jou klinken, die misschien als oorsprong die kwetsende woorden van een ander hadden. Die in jou zijn blijven haken, en uiteindelijk zijn geïntegreerd in je systeem.
Woorden van de innerlijke criticus (de hardvochtige, verwijtende stem, de saboteur, de slavendrijver, de harde werker, hoe klinkt die bij jou?): die kennen we allemaal wel. Degene die aan het roer staat en bepaalt hoe jij je moet voelen aan de hand van de acties die je wel of niet doet. Die maakt dat je je goed voelt als die actie goed is verlopen (je hebt bv. een goede beoordeling gehad, of een 8 of hoger voor een tentamen), en slecht als dat niet zo is. Die stem komt uit je overlevingsinstinct. Die wil dat jij overleeft, punt. Meer niet. Dus die maakt je niet gelukkig. Dat is de functie van die criticus ook niet. Onze hele samenleving is hier zo’n beetje op gebaseerd, en is gebaseerd op een heel oud patroon. Als je het goed doet mag je blijven. In de sociale groep in de prehistorie was dat van levensbelang. In de sociale groep nu kan dat ook zo voelen, ook al ga je er niet -meteen- dood aan.
Daarom is compassie nodig, en als het over onszelf gaat, zelfcompassie. Het woord wordt in ons dagelijkse leven niet veel gebruikt, en daarom ontbreekt de kennis daarvan ook. We hebben associaties met soft gedrag, zelfmedelijden en egoïsme.
Het is echter precies het tegenovergestelde, en heel krachtig. Juist onszelf mededogend leren behandelen zorgt ervoor dat we kunnen meebewegen met de moeilijke kant van het leven. Moeilijke situaties en lastige emoties zijn zwaar te dragen. Als we onszelf daarin kunnen ondersteunen, in plaats van onszelf af te vallen, worden ze iets makkelijker te dragen.
In het trainen van (zelf)compassie gebruiken we ook woorden. Niet diegene die je via die interne criticus al kent, maar juist warme, vriendelijke woorden. Die vorm van zelfspraak ontwikkelen, zodat je meer in balans komt. En er kunt zijn, voor jezelf, én voor een ander.
Daarmee kalmeer je jezelf en dat zorgt er weer voor dat je hoofd tot rust komt en verbinding blijft houden met die emoties. En dat heeft weer tot gevolg dat je helderder kunt nadenken over datgene wat jou overkomt, zodat je betere keuzes kunt maken.
Kijk bv. maar eens naar het handmodel van het brein, als je wilt weten hoe dat werkt. Daniel Siegel, professor interpersoonlijke neurobiologie, kan dat prachtig uitleggen. Heb je moeite met engels, dan is dit ook een goede uitleg in het nederlands (in dit geval wel toegespitst op relaties).
En je bewust worden van dit soort dingen, maakt dat je zelf weer aan het roer komt te staan. Met aandacht en vanuit een niet-oordelende houding. Vriendelijk dus. De kracht van woorden.
]]>
In de volksmond wordt compassie vaak verward met empathie, vandaar dat ik er maar eens aandacht aan geef. Dus lees met me mee.
Empathie is iets wat iedereen van nature heeft (nouja, behalve misschien de psychopaat). Dat is het kunnen voelen wat een ander voelt. Het is de kunst je in je verbeelding te verplaatsen in de gedachten van een ander, daardoor hun gevoelens en standpunten te begrijpen en je in je handelen daardoor te laten leiden. Empathie is onderdeel van het zoogdierenbrein en is bedoeld om te kunnen samenwerken. Want dat is wat heeft gemaakt dat het zoogdier de meeste overlevingskansen bleek te hebben. Kunnen opmerken wat er bij een ander gebeurt maakt dat we daar adequaat op kunnen reageren en anticiperen. We noemen het ook wel inlevingsvermogen. Het vermogen je te kunnen verplaatsen in een ander. Dat is iets wat we dus gewoon hebben en wat vanzelf aanslaat in het brein. We bootsen soms motorisch na wat we zien. Iemand zijn vinger komt tussen de deur en jij zegt ‘au!’ We kunnen mede-lijden. Het schept een band, maar kan zwaar zijn en zelfs tot burnout leiden.
Het tegenovergestelde is apathie.
Op neurofysiologisch niveau is ontdekt dat we spiegelneuronen in het brein hebben, reflectoren, die dit mogelijk maken.
Als je lijden tegenkomt en je voelt de drang tot actie over te gaan, dan noemen we dat compassie of zelfcompassie. Dus dat is empathie gecombineerd met een gevoel van betrokkenheid. Dan speelt liefde of zorgzaamheid een rol, en ontstaat de drang iets te doen aan het lijden wat je ziet. Het maakt iets in je los, je wilt helpen, ondersteunen, vanuit je hart. Dit is een gevoel dat aanzet tot actie. Dat is óók een reactie vanuit je overlevingsbrein, maar niet puur om iets of iemand in leven te houden, maar die ook een prettiger gevoel te geven. Dat is wat we bv. doen bij de pasgeboren baby, die we warm willen houden en goed gevoed.
Het activeert hele andere delen van je brein dan bij het voelen van empathie. Je voelt je energiek en positiever omdat je het gevoel hebt een bijdrage te leveren aan het welzijn van de ander; je hebt het gevoel dat je iets kunt doen.
Compassie en zelfcompassie is hetzelfde, behalve dat het bij zelfcompassie over jezelf gaat. En laat dat nou eens heel veel lastiger zijn!
Gelukkig is allang aangetoond dat dat te trainen is.
Het ontwikkelen van liefde en mededogen voor jezelf, het zoeken naar overeenkomsten met elkaar (onze gedeelde menselijkheid), het leren niet te oordelen en met respect om te gaan met jezelf en anderen, oog -leren- hebben voor wat goed gaat, dus het ontwikkelen van een positiever mindset.
Kijk maar eens naar dit filmpje waarin Matthieu Ricard uitlegt wat het verschil is tussen empathie en compassie: https://youtu.be/ebJTV5kTIU0
]]>Het eens zijn met jezelf, tsja, hoe is dat dan. Ken je dat gevoel van beehh, moet ik er weer iets voor doen. Moet ik iets veranderen aan mezelf, om beter te worden. Hoe dan? En wat dan? En ik heb al zoveel gedaan….pffff Moet ik nog meer werken aan mezelf? Het kan zo gaan tegenstaan! Alsof je niet goed genoeg bent. En dat gevoel van gebrek in jezelf kan behoorlijk gaan knagen. En alles wat je dan zou gaan doen voelt als werk. De speelsheid is weg. Het plezier is ver te zoeken.
Waar ik met name moeite mee heb is het woord ‘veranderen’. In zelfhulpboeken wordt eigenlijk altijd gesproken over hoe je je zelf kunt of moet veranderen. Wat je daar allemaal voor moet doen, of laten. Hoe je jezelf verandert in iemand waar je wel graag mee bent…..
Maar ik ben tot de conclusie gekomen dat we helemaal niks aan onszelf hoeven te veranderen.
HE-LE-MAAL NIKS.
Sterker nog, dat wil je toch ook helemaal niet? Jij bent op de wereld gekomen met jouw unieke kwaliteiten en eigenschappen. Daar wil je toch helemaal niks aan veranderen? Waarom zou je dat willen? Om meer te gaan lijken op een ander?
Wees jezelf, er zijn al zoveel anderen.
LOESJE

Wat wél kan zijn is dat die kwaliteiten en eigenschappen niet of niet helemaal uit de verf zijn gekomen in het leven dat je tot nu toe vorm hebt gegeven. En dat je daar iets aan wilt doen.
Maar dan verander je nog steeds niks aan jezelf. Wel kun je dan de drive voelen om iets in jezelf te ontwikkelen.
Het mooie van iets ontwikkelen impliceert dat er een kiempje aanwezig is. Het is er al.
En dat kiempje geef je water, en voeding, warmte en liefde. Veel liefde. En je hebt geduld, want gras groeit ook niet harder door eraan te trekken. Je vertrouwt erop dat het proces zich organisch gaat ontwikkelen als jij de juiste omstandigheden creëert.
Dat is niet hetzelfde als achteroverleunen en wachten tot het gaat gebeuren! Er is een middenweg.
Zelfcompassie gaat daarover. Dat is de juiste voeding en de heilzame houding voor jezelf (en anderen). Dat is te leren. Met speelsheid.
Niet achteroverleunen, maar ook niet voorover buigen en het willen forceren.
Bij haar leefde het beeld dat het zweverig was. En dat gaf me een kans om het er iets uitgebreider over te hebben dan wat zij al dacht te weten. Wat is meer zweverig, dat we leren om meer zicht te krijgen op de realiteit, of dat we onszelf verliezen in gedachten en speculaties? Gevolg was dat ze een training is gaan doen!
Ook sprak ik eens iemand die hoorde dat ik zelfcompassietrainingen geef. ‘Goh, moet je daar echt een cursus in doen? In zelfmedelijden?? Dat hoeven we toch helemaal niet te leren?’
En ik was blij met deze opening want toen kon ik uitleggen dat zelfcompassie precies het omgekeerde was.
Zelfmedelijden is een onbewust zwelgen in je leed, je ermee identificeren. Zelfcompassie is juist de realiteit van je leven beter te zien, en daarop vaardiger leren reageren. Dat vergt ook moed, want anders durven we niet naar de moeilijke dingen te kijken. Het is dus ook allesbehalve soft. En het heeft ook niks te maken met egoïsme, want navelstaren dat is wat we doen als we in onzekerheid blijven hangen. Daaruit komen, dat is waar zelfcompassie over gaat.
Het zijn geen wondermiddelen, want het kost energie en tijd om te leren. Net zoals alle nieuwe dingen trouwens. Bedenk maar eens hoeveel tijd het je kostte om te leren zwemmen, of een muziekinstrument te leren bespelen. Maar na verloop van tijd werd het gemakkelijker, of niet dan?
Oefening baart echt kunst!
]]>In verband met de corona crisis zien we ons allemaal, overal ter wereld, genoodzaakt om fysieke contacten zoveel mogelijk te vermijden. Begrijpelijk, en dat kan ook moeilijkheden opleveren. Wellicht voel je je meer alleen nu, of ben je niet gelukkig met de omgeving waarin je leeft en/of werkt/studeert. Daarentegen kan het ook zijn dat je hier juist bij gedijt, want je bent graag alleen en kunt het goed vinden met jezelf.
Misschien krijg je nu juist tijd voor dingen die steeds bleven liggen. Ontdek je kanten van jezelf die totnutoe wat onderbelicht bleven. In de beperking leer je jezelf weer meer en anders kennen. Misschien is mindfulness online wel iets voor je. Live kan voorlopig nog niet. Hopelijk krijgen we binnenkort weer letterlijk meer lucht en ruimte.
In dit bericht wil ik een lans breken voor online werken. En ik verras mezelf hierin, want ik ‘geloofde’ voorheen niet echt in de positieve resultaten die werden geclaimd bij onlinetrainingen. Hoezo oordeel? Ik merkte duidelijk weerstand in mezelf op maar wilde daar ook niet vanaf. Maar ik heb ook mijn nieuwe wereld moeten verkennen en mijn grenzen verlegd. In eerste instantie aarzelend, maar inmiddels merk ik ook enthousiasme bij mezelf op voor deze vorm van communicatie.
Online is bij de meeste mensen minder populair dan live, en dat begrijp ik en vind ikzelf ook nog steeds. Er gaat niks boven het ontmoeten van elkaar in levende lijve. Het maakt het oogcontact maken makkelijker, en lichaamstaal is gemakkelijker te lezen.

Er zitten echter ook voordelen aan deze virtuele omgeving. Je hoeft nergens heen, dus bent minder tijd kwijt, je kunt overal vandaan komen om toch met mij te kunnen werken (voor mij ook heel fijn). Er kan in een online platform zoals Zoom of Teams, maar één persoon tegelijk praten
. Maar het grote voordeel vind ik toch wel dat de stap om mindfulness in je eigen leven te integreren kleiner is. Je bent namelijk al in je eigen omgeving. Noodgedwongen maar toch, je wordt wel uitgedaagd om je weg te vinden in jouw persoonlijke sfeer. In een live training ben je juist uit jouw eigen omgeving. Enerzijds kan dat je concentratie bevorderen, maar anderzijds is dan alsnog de stap nodig om het geleerde in de praktijk te gaan brengen. Ik ben er zelf nog niet over uit wat dan het zwaarste weegt, maar dit is zeker onderzoek waard.
En een dingetje wat aan de zijlijn voor mij wel een nadeel is, is dat ik in een online mindful zelfcompassietraining of op een online terugkomavond niet voor jullie kan zorgen in de zin van iets te drinken, te snacken. Dat is nu aan jezelf. En ik doe het zo graag. Ik word blij van het contact met en zorgen voor anderen.
Herken je dat ook, dat je graag zorgt voor anderen? Maar wordt het nu misschien een beetje veel? Is de balans scheef tussen zorg voor de ander en zorg voor jezelf? Overweeg dan eens iets met mindfulness en zelfcompassie te gaan doen. Daarin leer je hoe je jezelf ondersteunt in tijden dat je het moeilijk hebt. Maar nu zit ik toch weer bijna op mijn favoriete onderwerp, zelfcompassie, oef. Ik stop hier, want het thema is ONLINE.
Zorg goed voor jezelf en elkaar
!